Een thuis voor echte verbinding

Oost west, thuis best luidt een spreekwoord. Wat betreft Wijkwerkplaats Oost geldt dat niet. Daar kun je als vrijwilliger zo aan de slag en met elkaar is het toch beter dan thuis.
Bij een vrijwilliger wordt vaak gedacht aan iemand die zich kosteloos inzet om activiteiten mogelijk te maken. Denk aan sportvereniging of bij een festival. Bij Wijkwerkplaats Oost denken ze er iets anders over, want daar is iedereen vrijwilliger. Ik krijg een rondleiding door deze wondere wereld in een oude school.
Vandaag is Ben Zalmstra mijn gids en vertelt mij dat iedereen die actief is binnen Wijkwerkplaats Oost gelijk is. “Mensen kunnen hier komen om te hobbyen en om producten te maken of repareren. We hebben hier ook Tweede Kans Winkels waar de producten worden verkocht. Mensen komen hier niet alleen om praktisch bezig te zijn, maar ook om anderen te ontmoeten, ervaringen te delen en even aandacht te krijgen of te geven. Zo creëren we een plek waar onderlinge verbondenheid centraal staat.” Dit daagt uit voor een verdere wandeling in deze voormalige huishoudschool.
Iedereen die iets wil doen is welkom. Ben: “We werken met gastheren en gastvrouwen die vooral zorgen voor de coördinatie op de dagen dat we open zijn. Er zijn zo’n 70 of 80 vrijwilligers actief, maar is er ruimte voor meer vrijwilligers.”
Wow, als er zoveel vrijwilligers zijn, dan moet er ook wel veel te doen zijn.

Bijdragen aan een circulaire wereld
Wie het pand binnenloopt kan eigenlijk de kledingwinkel niet missen. Hier wordt tweedehands kleding verkocht. Een van de vrijwilligers die hier werkt is Toos. “Ik ben 13 jaar geleden hier gekomen door een vriendin. Zij is ondertussen gestopt, maar ik vind het nog steeds leuk. We hebben hier ook vaste klanten en die komen ook voor een praatje. Vroeger repareerde ik kleding, maar daar ben ik mee gestopt. Ik ben hier nu een dag in de week samen met mijn man, die in de houtwerkplaats werkt.”
Hoewel de kleding in de winkel niet duur is, komen er niet alleen mensen met een kleine beurs, maar ook mensen die willen bijdragen aan de circulaire economie. Toch denkt Ben dat veel mensen niet weten van het bestaan van de winkel en hoopt hij dat er meer mensen binnen zullen komen. Dat is mooi, want daarmee is er toch een directe verbinding met de samenleving mogelijk. De vrijwilligers doen niet alleen werk voor zichzelf, maar juist voor anderen.
‘Klaas snuffelhoek’
Kleding is niet het enige wat wordt verkocht, want iets verderop zit een curiosa winkel met allerlei huishoudelijke zaken die mensen afgedankt hebben, ook wel de ‘Klaas snuffelhoek’ genoemd. Ooit opgezet door een vrijwilliger Klaas (93), maar tegenwoordig zorgen Nol en zijn collega voor de winkel. Een klant komt binnenlopen voor een Kerstlopertje en gaat niet met lege handen naar huis. Nol: “Ik heb nog een paar jaar met Klaas samengewerkt en af en toe komt hij nog langs. Ik wil niet thuis zitten en ben hier minstens twee dagen in de week. Soms is het heel rustig en soms is het druk. Ik kan hier ook prima alleen bezig zijn. Vroeger zat ik in de handel en dit sluit er een klein beetje op aan.” Als je in deze winkel als vrijwilliger aan de slag wilt, hoef je volgens Nol niet zoveel mee te brengen: “Als je een gezellig woord hebt en mensen goed kan ontvangen, kom je al een heel eind. Ik zou het best leuk vinden als er nog andere personen bijkomen.”
De spullen in deze winkel komen via het magazijn binnen. Daar kunnen mensen bruikbare spullen inleveren. Een kapot elektrisch apparaat kan nog wel worden gerepareerd, maar beschadigd of incompleet serviesgoed is niet te verkopen. Spullen die niet verkocht worden, gaan of naar een andere locatie of worden weggegooid. Nol: “Toen Klaas nog in de winkel stond, kwam iemand met een aantal medailles. Die bleken uit de Tweede Wereldoorlog te zijn. Die hebben we naar het oorlogsmuseum in Overloon gebracht en die waren er heel blij mee. We kregen zelfs een rondleiding. Het meeste van wat we verkopen is euro-spul, maar soms krijgen we ook spullen die voor een heel goede prijs worden verkocht.” Nol is duidelijk gelukkig in het wereldje van spulletjes die een tweede kans krijgen.

Magazijn
Voordat de spullen in de winkels komen, gaan ze eerst naar het magazijn. Het gaat voornamelijk om kleding en die moet worden uitgezocht. Carla is druk bezig met sorteren als we binnenlopen. “Steeds vaker is de moderne kleding van slechte kwaliteit en eigenlijk niet meer te verkopen. Wat we sorteren, maar niet zelf kunnen verkopen gaat naar Vincentius. Kleding die echt niet te verkopen is, brengen we naar een recyclefabriek in Tilburg die er vezels van maakt. Dat kan natuurlijk alleen met natuurlijke materialen.” Ze is goed op de hoogte hoe de circulaire wereld werkt. “Er is ook een bedrijf dat oude gymschoenen kan omvormen naar nieuwe schoenen.”
Dat ze hier terecht is gekomen, is eigenlijk een beetje vreemd: “Ik heb altijd in de retail gezeten. Dat ging altijd om geld verdienen, maar dat is hier juist niet aan de orde. Er komen hier ook mensen met een rugzakje en die help ik graag. Die mensen komen hier omdat het rustig is. Dat ik deze mensen kan helpen, geeft me veel voldoening.”
Het magazijn staat behoorlijk vol, zelfs tot aan het plafond. Van sommige dozen weet Carla niet eens wat erin zit. “De dozen staan bovenin de stellingen en daar kan ik niet bij. Dan moet ik anderen erbij roepen om de dozen naar beneden te krijgen. Het is hard nodig dat er meer ruimte komt. Ze zijn hier te zuinig en durven niets weg te gooien, maar soms is dat gewoon nodig.” Het komt voor dat mensen dozen brengen die ergens lang op een zolder hebben gestaan. Carla: “Laatst kregen we een paar dozen waarin spullen zaten die verpakt waren in kranten uit begin jaren 80. Helaas zijn dat vaak spullen waar ook wij niets meer mee kunnen.”

Een herinnering levend houden
Er komen ook wel eens verzoeken die apart zijn. “Laatst kwamen er mensen die niet wisten wat ze moesten doen met een servies uit een erfenis. Verdelen onder de kinderen was geen optie. Uiteindelijk zijn er vogelhuisjes van gemaakt en de kinderen kregen elk een exemplaar. Zo hebben we toch bijgedragen om een herinnering levend te houden.”
Carla hoeft niet lang na te denken over de vraag waarom ze vrijwilliger is “Ik word gewoon happy van het werken als vrijwilliger. Ik ben altijd bezig, kan mijn handen laten wapperen en heb geen stappenteller nodig.” Of ze nog een wens heeft? “Nou ik zou wel meer mannenkleding willen ontvangen, want dat krijgen we nog te weinig.” Het zal toch niet zo zijn dat mannen minder kleding kopen?
Geen dagopvang
Behalve werken in het magazijn is Carla ook bestuurslid. Dan ziet ze regelmatig mensen binnenkomen die op zoek zijn naar een activiteit en als ze kan helpen geeft dit haar dat ook veel voldoening. “We zijn geen dagopvang, maar willen een plek bieden waar mensen binnen hun eigen kunnen iets doen. Laatst kregen we iemand die fysiek weinig kon, maar die bleek veel voldoening te halen uit schilderen. Een ander vond mozaïeken juist weer heel leuk.” Ik merk op dat de meeste die hier rondlopen wel ouderen zijn. Ben beaamt dit: “We zijn alleen overdag open. Vaak komen mensen die met pensioen zijn en graag iets willen doen. We zijn wel bezig om te kijken of we ook in de avonduren open kunnen, want de werkenden hebben overdag geen tijd en in het weekend ondernemen ze vaak bezig andere activiteiten.”
Mijn wandeling door deze Wijkwerkplaats is nog niet klaar, want in deel 2 vertel ik graag over de creatieve wereld die hier is. Vrijwilliger zijn is niet altijd makkelijk. Zeker in de winterdagen zijn sommige mensen bang in het donker over straat te gaan. Maar bij Wijkwerkplaats Oost werkt men vooral overdag en dat maakt de stap weer wat kleiner. Ik kreeg de indruk dat het vrijwilligerswerk een goede remedie is tegen eenzaamheid. Sommige mensen komen een keer kijken en blijven dan hangen. Zo kan iedereen vrijwilliger worden.
Wijkwerkplaats Oost
Wijkwerkplaats Oost is 50 jaar geleden opgezet door opbouwwerker Piet Willems. Het begon met houtbewerking voor mensen die werkloos waren geraakt zodat ze zich bezig konden houden. Tegenwoordig zijn er veel meer mogelijkheden. Door spullen te verkopen kan de stichting zelf in de financiën voorzien. Enkel het gebouw wordt door de gemeente beschikbaar gesteld.
Lees verder

