Ga terug
#Den Bosch
#cultuur
#human interest
Ga terug
#Den Bosch
#cultuur
#human interest

Wij zijn steeds vaker weg van elkaar

Renske van Dillen in gesprek met Ignace Schretlen, over de waarde van het vrijwilligerswerk dat hij en zijn vrouw Mia doen voor een Jezidi-gezin.

Deze zomer keek ik naar een uitzending van Zomergasten, waar Uğur Ümit Üngör, historicus en hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies te gast was. Hij zei: “Aan het einde van de avond moeten kijkers het gevoel hebben dat ze een inzicht hebben gekregen in de vreselijke dingen die mensen doen, maar dat ze niet wanhopig hoeven te worden. Want precies als je kijkt naar de onmenselijkheid van mensen, dan zie je juist ook dáár onze menselijkheid terugkomen”.

Ik begreep helemaal wat hij wilde zeggen en dat had alles te maken met een gesprek dat ik kort daarvoor had met Ignace Schretlen: oud-huisarts, dichter, beeldend kunstenaar, schrijver, maar vooral: Vrijwilliger. Dat dit gesprek niet bedoeld zou zijn om hem en Mia, eveneens oud-huisarts, een klopje op de schouder te geven, was me direct duidelijk.

Een ontmoeting bij toeval

Dit gesprek zou over iets veel fundamentelers gaan. Over wat de inzet als vrijwilliger met jou als mens kan doen. Hoe rijk het je leven maakt, opnieuw. Het echtpaar Schretlen- Van der Vorst adopteerden, zoals zij het noemen, een Jezidi-gezin dat na een lange en ingewikkelde reis met de nodige pushbacks en tegenslagen in het AZC in Rosmalen belandde. Ignace en zijn vrouw ontmoetten het gezin bij toeval, omdat ze op een drukbezochte open dag, waar ze op uitnodiging van een nichtje waren,  even een rustiger plek zochten. Daar raakten ze in gesprek met Azad Omar. En zo kwam van ‘kom een keer bij ons langs’ een intensief contact met het Jezidi-gezin tot stand.

Iedereen herinnert zich nog wel de voor IS gevluchte Jezidi’s op de berg Sinjar in 2014. Het domineerde dagenlang het nieuws. Een aantal van hen ontkwam, maar een groot deel van de mannen werden gedood en veel van de vrouwen werden als slavinnen meegenomen en jonge jongens werden als kindsoldaat meegenomen. Wat deze achtergrond doet met mensen blijft vaak lang onzichtbaar, maar is altijd aanwezig.

Deelnemen aan het gewone leven

Het zorgt ervoor dat alleen de sterksten het redden tot het AZC: creativiteit, doorzettingsvermogen en incasseringsvermogen brachten hen tot daar. Maar eenmaal in de beslotenheid van het AZC begint een lange periode waarin deze eigenschappen gedempt worden omdat niets mag, zoals niet werken of pas in een laat stadium mogen deelnemen aan taallessen, waardoor verveling en vervlakking op de loer ligt. Het leidt niet zelden tot een tegenreactie als mensen uiteindelijk het AZC verlaten en in een gewoon huis komen te wonen. Van de een op de andere dag moeten zij weer de energie en de kracht opbrengen om deel te gaan nemen aan het gewone leven, maar zo gewoon is dat niet.

Ignace maakte deze foto van de pasgeboren Alex, de inmiddels tweejarige zoon van Azeza en Azad. Hij is de toekomst. 

Een gezin als dat van Azad en Azeza krijgt bij aankomst in Nederland met een hele schare aan hulpverleners en instanties te maken. Er gebeurt veel goed werk door mensen die het beste met hen voorhebben, maar een ding onderscheidt hen van vrijwilligers: ze zijn van een instantie. Hoe eenvoudig dat ook klinkt, het is cruciaal, omdat bijvoorbeeld in het geval van Azad en Azeza, vrijwilligers nooit óver, maar altijd mét hen beslissingen nemen. Er ontstaat een bijzondere relatie tussen vrijwilligers en de mensen die het betreft. Er is geen sprake van een gewone vriendschap, daarvoor zijn de zorgen te groot, maar op sommige momenten voelt het wel zo.

Vrijwillig, maar niet vrijblijvend

Instanties zien vrijwilligers niet zelden als ‘ruis’, terwijl ze tegelijkertijd best zien hoe waardevol het werk is dat vrijwilligers doen. Het is intensief, want hoewel het vrijwillig is, is het nooit vrijblijvend. “Je vangt dingen op die geen van de instellingen doet,” zegt Ignace. Zo lukt het Azad bijvoorbeeld niet op de juiste plek in de GGZ te komen omdat door taalproblemen de diagnose PTSS niet gesteld werd. Dankzij de inzet van Mia en Ignace komt dat uiteindelijk in orde, maar de periode daartussen is ingewikkeld en betekent dat zij bij zware gedachten altijd beschikbaar zijn. Dag en nacht.

Het is meer dan een feestje organiseren of een kaart rondbrengen in de buurt om contact te maken. De voorgeschiedenis zit vaak in de weg: “De geest moet vrij zijn,” zegt Ignace, want zolang dat niet zo is, is integreren heel moeilijk. De vanzelfsprekendheid waarmee Mia en Ignace altijd paraat staan, is niet altijd eenvoudig uit te leggen aan de mensen om hen heen.

Toch is de reden dat we hier aan de koffie zitten overduidelijk: de waarde van vrijwilliger zijn is enorm. “Het heeft mijn leven opnieuw zin gegeven,” zegt Ignace. Na een zeer actief en werkzaam leven, kinderen die hun eigen plek in de maatschappij gevonden hebben, is betekenisvol kunnen zijn voor anderen een verrijking van het eigen leven. In de bundel Een onvermoede bocht uit 2007 schrijft hij het gedicht Het verlaten van mijn huis waarin misschien wel doorklinkt hoe het leven soms bijna stilstand leek te komen voordat hij Azad ontmoette.

HET VERLATEN VAN MIJN HUIS

Angst van buitenaf

De ander toelaten tot jouw eigen welzijn en welvaart begint met de durf je hart open te stellen. Dit gesprek maakt mij duidelijk hoe betekenisvol het is om dat te doen, ook, of misschien juist, wanneer je eigen leven een luxeleventje is geworden waarin alles wel zo’n beetje op orde is. En ook al lijkt het misschien alsof je vooral komt ‘brengen’ als vrijwilliger, dat is niet hoe het voelt.  Vrijwilliger zijn betekent echt veel meer dan een ander helpen, omdat het ook jezelf doet groeien. Wanneer je door de ogen van de ander probeert te kijken, leer je ontzettend veel van onze eigen samenleving. Opmerkingen als “Pas op dat het niet te intensief wordt” of “ga geen persoonlijke relatie” aan duidt op angst van buitenaf.

Maar zoals ook te lezen is in Een onvermoede bocht, lijkt het erop dat het juist die persoonlijke verbintenis is, die de gezinnen Schretlen en Omar samenbrengt: “Wij zijn steeds vaker weg van elkaar,”  schrijft Ignace in de eerder genoemde poëziebundel. Dat geldt in positieve én in negatieve zin voor deze situatie, als het gezellig is en dingen lukken, maar ook als je elkaar even nog niet verstaat kunt bereiken en begrijpen. De inzet van dit gesprek was dan ook om te laten zien hoeveel je opstellen en je belangeloos inzetten voor een ander geen eenrichtingsverkeer is. Het leidt tot bijzondere onvermoede inzichten en waardevolle relaties tussen mensen. Het toont de waarde van onze medemenselijkheid voor eenieder die er deel van uitmaakt.

Tekst: gastreporter Renske van Dillen

Lees verder