De deur naar niemandsland

Toen de Buurttuin het Harenhofje op de redactie tekentafel kwam, was ik meteen enthousiast. Ik moest gelijk denken aan tegels wippen , bakstenen gooien en met een systeemfoutje tegen het systeem aanschoppen. Mijn eerste associatie was een vriendelijke vorm van anarchie en activisme. Ik wist meteen, daar wil ik wel iets over maken.
Nu zit ik hier in de tuin, op een zelfgemaakte houten bank in een U-vorm. Op de tafel staat een dienblad met diverse kopjes. Ik pak de mok met een bloemendessin. De buurttuin is precies op de splitsing van de zesde en vijfde haren. Gevoelsmatig is het een soort niemandsland. Ik vraag me af: Hoe vinden mensen de weg naar een niemandsland zoals dit?
Dit klinkt als een vraag die we aan Peter Pan moeten stellen. Na een rondleiding op razend tempo ga ik in gesprek met initiatiefnemer Toos en vrijwilliger Inge.

Verborgen onder de tegels
Tegels eruit en gaan, of is het ontstaan van de tuin toch iets anders gegaan? Toos is een spraakwaterval en vertelt graag over tuinieren en de herkomst van de buurttuin.
Dit middelpunt hier in de buurt was vroeger een kale ongezellige plek. Hier was een parkeerterrein met opslagcontainers, waar niemand op zat te wachten of gebruik van maakte. Een buurtonderzoek zorgde ervoor dat de boel werd opengebroken. En omgedoopt tot bruisende buurttuin. Onder en achter de tegels van de parkeerplaats bleek namelijk een niemandsland verborgen. Deze tegels werden trouwens meteen hergebruikt voor de bakken met verse kruiden in de tuin.
Dit Nooitgedachtland was er altijd al, alleen niemand zag het. Het moest ontdekt worden door zo’n iemand als Toos. “Zolang niemand bezwaar maakt, is dit niemandsland ons paradijsje.”
De wortels van het ontstaan van de tuin zit voor Toos ook in de hedendaagse politieke verdeeldheid die nu door het land raast. Omdat we allemaal wel wat liever voor elkaar mogen zijn. Daar kan zo’n tuin als dit mooi aan bijdragen. “De truc is ‘gewoon’ beginnen en het groeit vanzelf uit tot iets moois.”

Hier zijn is voldoende
Toos is een gever en met trots vertelt ze dat dit een buurttuin is voor mensen zonder verstand van tuinieren of groene vingers. Dit is een tuin waar je leert door te doen. Hier is helpen geen verplichting, maar een fijne bijkomstigheid. Je hoeft hier alleen maar te zijn – te bestaan – en dat is al meer dan voldoende en goed genoeg.
Het is een ontmoetingstuin en een tweede thuis voor mensen die langslopen en zin hebben in koffie. “Samen ontdekken we wat de tuin nodig heeft en zoeken we naar antwoorden op vragen zoals: moet iets eerst water, gestekt worden of meteen in de grond? Zijn er dingen die niet lukken? Dit proberen we gewoon uit. Zo heb ik ontdekt dat ui en afrikaantjes heel goed zijn tegen slakken.”
Toos vervolgt: “De kunst is om per keer te kijken naar wat je doet. Elk geval is anders. Zo werken we samen met elkaar en de seizoenen. Meedenken en meedoen laat je bloeien als mens. En door dit vaker te doen, krijg je ook zelfvertrouwen in het tuinieren. De levenscyclus van een plantje moet je gewoon een keer meegemaakt hebben in je leven.”

Tuinieren en ontmoeten
Inge is al een tijdje vrijwilliger in de tuin en woont er letterlijk naast. Haar grootste drijfveer is de fijne mix van het bezig zijn in de buurttuin en de sociale contacten. “Bij sommige mensen kom ik inmiddels ook gewoon thuis voor een kopje koffie. Met elkaar bezig zijn zaait zich verder uit dan alleen hier in de buurttuin. Maar affiniteit hebben met planten en natuur is natuurlijk wel een dikke plus.”
“Wij hebben vroeger bij ons thuis altijd al een wilde tuin gehad. En op vakantie gingen we altijd naar natuurgebieden. Alle plantjes en bomen wist ik al bij naam te noemen toen ik vijf was. Door mijn vader is het zaadje geplant. Ik leerde dat iemand met interesse in de flora en fauna, de natuur zijn werk laat doen. Zo weet ik dat wilde planten en kruiden ongeveer hetzelfde groeien. Maar dingen als wanneer de aardappelen de grond in moeten en de prei eruit, dat weet ik allemaal niet. Er zijn ook zoveel verschillende manieren van tuinieren. Maar gelukkig bestuiven we hier elkaar met kennis over deze wereld en dat is heel leuk.”
Ik vraag Inge ‘wat als deze plek er niet meer zou zijn?’ Inge: “Dat zou heel erg zijn. Naast de Brede Bossche school is dit mijn enige sociale contact. Als je chronisch ziek bent, dan wordt je wereldje klein. Maar op zo’n plek als dit is er altijd wel aanspraak.”
Voor iedereen een plek
Terwijl we op het bankje in de tuin verder praten over wat vrijwillige inzet voor Inge betekent, stormt er een boze man de tuin in. Dit is een bekende vrijwilliger voor Toos en Inge. Hij is gefrustreerd, maar kan in de tuin duidelijk zijn verhaal kwijt. Ook zijn boosheid mag hier zijn, waarop Inge mooi reageert: “Het leven is soms helemaal geen feestje, maar als je zelf de slingers ophangt dan kun je er nog wel wat van maken. Er is zoveel moois om je heen te zien. Als je maar goed kijkt.”
Zoals hier in de tuin. Ik gun iedereen echt van harte zo’n plek als dit. Maar helaas, ik ben niet Peter Pan of Tinkerbell met een landkaart naar niemandsland. Uiteindelijk is mijn conclusie dat we allemaal zelf op zoek moeten en zullen vinden wat we op dat moment nodig hebben. Net zoals Inge, Toos en de boze buurman.
’t Harenhofje
De buurttuin is er voor iedereen. Heb je zin om te tuinieren of vind je het gewoon leuk om andere buurtbewoners te ontmoeten in de tuin? Kom dan eens langs in de tuin!


